LHV wil juridische duidelijkheid over AstraZeneca-prik 60-minners

Deel op Facebook Deel op Twitter Deel op WhatsApp
Van onze redactie

DEN HAAG (ANP) – Artsen moeten snel duidelijkheid krijgen over de juridische consequenties als ze het coronavaccin AstraZeneca toch geven aan andere mensen dan voor wie de overheid het ter beschikking stelt. Dat zegt de Landelijke Huisartsenvereniging LHV. Het is nu bijvoorbeeld niet uitgesloten dat ze aansprakelijk worden gesteld als een prik met AstraZeneca bij een patiënt jonger dan 60 verkeerd uitpakt, bijvoorbeeld door nabestaanden.

Huisartsen die onbedoeld op een dag AstraZeneca-prikken overhouden, omdat er te weinig mensen van 60 tot en met 64 jaar zijn komen opdagen, moeten die toedienen aan mensen van 65 en 66 jaar, zegt gezondheidsminister Hugo de Jonge. Artsen kunnen onder bepaalde voorwaarden de prik ook geven aan 60-minners, maar alleen in individuele gevallen. Bovendien kunnen ze inderdaad aansprakelijk worden gesteld, aldus De Jonge vrijdag.

De LHV adviseert de prikken dus ook niet te geven aan mensen die nog geen 60 zijn totdat er juridische duidelijkheid over is. Ook de VvAA, collectief van ruim 124.000 zorgverleners en verzekeraar van zorgverleners op het vlak van rechtsbijstand én beroepsaansprakelijkheid, kwam al met een waarschuwing aan het adres van de artsen. De gevolgen staan niet vast.

Risico’s

Naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad van vrijdag 9 april heeft het kabinet besloten om het AstraZeneca-vaccin uitsluitend aan te bieden aan mensen geboren in 1960 of eerder. Het vaccin brengt zeer kleine, maar ernstige risico’s met zich mee voor jongere mensen. Huisartsen krijgen volgens de LHV echter momenteel veel mensen aan de telefoon die nog geen 60 zijn en toch geprikt willen worden met AstraZeneca, zeker als er van dat vaccin toch overblijft doordat anderen het juist niet willen.

Veel huisartsen zouden de prik in goed overleg en na grondige beoordeling van het verzoek ook wel willen geven, zeker aan jongeren met meer risico ’s bij besmetting, maar durven het uit vrees voor uiteindelijke consequenties niet aan, aldus de LHV. Ze willen ook graag een richtlijn uit ethische overwegingen, aldus de LHV, en om de arts-patiënt-relatie goed te houden. Dat lukt beter als ze kunnen terugvallen op zo ’n landelijke richtlijn en niet alleen staan in hun keuze wie er toch een prik zou kunnen krijgen.

Toestemming van de patiënt voor de prik maakt overigens niet dat een arts mag afwijken, schrijft de VvAA, zelfs niet als er een ondertekende verklaring is. Er kan worden gesteld dat een arts zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen en een patiënt behoudt altijd het recht om een zorgverlener aansprakelijk te stellen.

 

ANP

 

 

Lees verder

Mis geen enkele winactie!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Facebook Twitter

DenD Partners

  • Dirk
  • Brookland
  • Dirck